Pennestreek
Over ape- en andere streken
Verhaal: Vliegende Koe
donderdag 12 april 2007 by Bart Linders in Aap-Verhalen

Aap en Koe liggen in het gras. Koe kijkt omhoog. Er vliegt een groep vogels langs.
‘Ik wil ook vliegen’, zegt Koe. ‘Het lijkt me heerlijk om zo door de lucht te zweven.’
‘Kun jij dan vliegen?’, vraagt Aap.
‘Weet ik niet, ik heb het nooit geprobeerd’, zegt Koe.
Hij probeert het eens.
‘Het lukt niet. Ik weet niet hoe het moet’, zegt Koe.
‘Merel kan vliegen. Dus die weet hoe het moet’, zegt Aap. ‘kom, we gaan het hem vragen.’

Merel is net bezig een worm uit de grond te trekken.
‘Merel, hoe doe je dat, vliegen?’ vraagt Koe.
‘Tja, ik weet niet, ik doe gewoon zo’, zegt Merel, en hij slaat met zijn vleugels en vliegt de lucht in.
‘Aha’, zegt Koe, ‘nu ik.’
Koe doet zijn voorpoten opzij. Maar meteen valt hij met zijn snuit op de grond.
‘Au’, zegt Koe, en hij kijkt een beetje sip.
‘Hoe heb jij het dan geleerd, Merel?’ vraagt Aap.
‘Mijn broertje moet het ook nog leren’, zegt Merel. ‘kom maar kijken’.

Bij de volgende boom krijgt het broertje van Merel vliegles. Hoog in de boom is het nest. Broertje van Merel stapt over de rand. Terwijl hij valt, doet hij heel hard zijn vleugels heen en weer. Als hij bijna bij de grond is, lukt het. Broer van Merel gaat weer omhoog!
‘Oh, ik snap het’, zegt Koe. ‘Je moet bovenaan beginnen. Aan de kant, ik ga in de boom klimmen.‘
Koe zet zijn voorpoten tegen de bast. Dan staat hij stil.
‘Ik geloof dat ik niet zo goed ben in bomen klimmen’, zegt hij.

Ineens rent Koe weg. ‘Ik heb een idee’, roept hij.
Als Aap en Merel bij de schuur van Koe komen, is het een enorm kabaal. Koe is aan het timmeren. Merel en Aap drinken wat limonade tijdens het wachten.

Even later komt Koe naar buiten. Hij heeft een trap getimmerd.
‘Ik noem het mijn Vliegtrap’, zegt Koe. ‘Nu ga ik de Vliegtrap op naar boven, en dan vlieg ik weer naar beneden’.
Merel en Aap vinden het wel spannend. Zal het lukken?
Koe loopt de Vliegtrap op, zwaait nog even naar Merel en Aap, en stapt er af.

BOEM!

Daar ligt Koe op de grond. Hij kijkt een beetje sip en wrijft over zijn achterwerk.
‘Au, dat doet pijn’, zegt hij.
‘Bij mijn broertje lukte het ook niet in een keer’, zegt Merel. ‘Je moet veel oefenen’.
Koe kijkt eens naar zijn billen. Hij krijgt al een flinke blauwe plek. Dan kijkt hij nog eens sip omhoog naar de Vliegtrap.
‘Dan krijg ik wel veel blauwe plekken’, zegt hij.

Ineens rent Koe weer de schuur in. ‘Ik heb een idee’, roept hij.
En weer begint Koe te timmeren.
‘Wil je nog wat limonade?’, vraagt Aap aan Merel.
Merel is benieuwd wat Koe nou weer gaat maken. Hij wil nog wel even blijven.
‘Nou, graag’, zegt hij.

Even later komt Koe weer naar buiten. Hij heeft een groot net gemaakt, dat hij onderaan de Vliegtrap vastmaakt.
‘Ik noem het mijn Koevanger’, zegt hij. ‘Als ik nu weer ga proberen te vliegen, kom ik zachtjes in het net terecht. Dan doet het niet zo’n pijn.’
Koe gaat weer de Vliegtrap op en stapt eraf.
Het lukt weer niet om te vliegen. Heel zachtjes valt Koe in de Koevanger.
‘Zie je wel?’, zegt hij. ‘Het werkt. Nu ga ik oefenen.’
Keer op keer loopt Koe de Vliegtrap op. En keer op keer valt Koe in de Koevanger.
Merel en Aap kijken toe en eten een boterham.

‘Het lukt niet’, zegt Koe na een tijdje.
Hij gaat bij Merel en Aap zitten. Koe kijkt sip.
‘Wat nu?’, zegt Aap. ‘Ik snap er niets van.’
‘Misschien komt het omdat Koe poten heeft en ik vleugels’, zegt Merel, en hij vliegt nog eens omhoog.

Koe springt op en rent weer de schuur in. ‘tot zo,’ zegt hij. ‘Ik heb een idee’.
Merel en Aap gaan ondertussen thee zetten.

Daar komt Koe weer naar buiten. Maar wat ziet hij er gek uit! Hij heeft hele grote lappen gemaakt. Die heeft hij aan zijn voorpoten gebonden.
‘Mooi hè?’ vraagt hij. ‘Ik noemt het mijn Vleugelpoten. Nu heb ik ook vleugels en kan ik vliegen!’
Hij rent de Vliegtrap op en springt eraf. Pardoes valt hij in de Koevanger.
‘Hoe kan dat nou?’, riep Koe.
‘Je moet wel je met je Vleugelpoten heen en weer slaan, anders lukt het niet’, zegt Merel.
‘Oh ja, dat was ik helemaal vergeten!’, zegt Koe, en gaat de Vliegtrap weer op.
Hij springt, slaat met zijn Vleugelpoten en… gaat vooruit! Koe fladdert zomaar vooruit en daarna weer omhoog!

‘Ik vlieg! Ik vlieg!’, roept Koe.
En met een bons vliegt hij tegen een boom aan, en valt pardoes op de grond.

Aap en Merel rennen naar hem toe. Een beetje duizelig ligt Koe op de grond.
‘Doet het pijn, Koe?’, vraagt Aap.
Maar Koe staat alweer op en springt in het rond van blijdschap. ‘Zagen jullie het?’, roept hij. ‘Ik kan vliegen! Ik kan vliegen!’
Hij kijkt Aap en Merel lachend aan. ‘Morgen ga ik leren sturen’, zegt hij.

 

Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /customers/6/7/d/pennestreek.net/httpd.www/wp-includes/class-wp-comment-query.php on line 405

Comments are closed.